Imke werkt al meer dan 14 jaar bij Prisma als begeleider. Ze heeft op veel verschillende woonvoorzieningen gewerkt en is nu neergestreken in Veldhoven waar ze werkt bij JOVO, een ouderinitiatief van Fittin. Imke werkt met mensen met een normale tot hoge begaafdheid met autisme. “Dat bevalt me supergoed,” vertelt ze opgewekt. “Mijn cliënten zijn heel slim en kunnen heel veel. Het is daarom zo interessant om naast hen te mogen staan, en de wereld mee te kunnen bekijken. En ook om dingen zie zij moeilijk vinden samen te ondernemen en tot een succes te maken.”
“Prisma heeft door de jaren heen gestimuleerd dat begeleiders en medewerkers het contact blijven aangaan. Om vooral de cliënt te blijven zien zoals diegene is en daarin aansluiting proberen te vinden. Prisma is daar heel sterk in. Om altijd contact centraal te blijven stellen en te kijken naar de wensen en behoeften van de cliënt. Aan de ene kant mag de medewerker zichzelf zijn, maar het belangrijkste is dat de cliënt zichzelf kan zijn. Ongeacht de uitdaging. Want wie zegt dat het allemaal een beperking is? We hebben meer dingen met elkaar gemeen dan dingen waarin we van elkaar verschillen. Het is niet zo dat mensen die bij Prisma wonen beperkt zijn. Maar soms hebben ze gewoon een beetje extra hulp nodig. Dan kunnen we beter naast elkaar staan.”
“In het verleden was het nog weleens makkelijker om cliënten met zwaar probleemgedrag die veel agressie lieten zien op een heel directe en reactionaire manier te benaderen. Vanuit Prisma wordt nu echter steeds meer de nadruk gelegd op hoe we het anders kunnen doen. Hoe kunnen we agressie voorkomen door contact te maken van tevoren? Door elkaar echt te blijven zien kun je dergelijke situaties redelijk vaak goed voor zijn. Zelf kom ik gelukkig eigenlijk niet in aanraking met agressie. Ik werk met een hele complexe doelgroep, waarbij de manier van aansluiten ook heel anders is. Wanneer je werkt met mensen met een verstandelijke beperking is dat lastig, want je kunt niet altijd het gesprek aangaan. Maar door vooral te kijken naar mensen en te kijken hoe zij reageren op zaken om hen heen, krijg je een beeld van hoe zij de wereld zien. Zo kun je ook beter contact leg-gen; samen.”
“Ik ben in mijn werk het meest trots wanneer ik aansluiting vind bij cliënten die moeite hebben met nieuwe mensen toelaten. Om een band op te bouwen met cliënten die uit zichzelf niet graag nieuwe contacten aangaan. Daar zit een uitdaging in. En als dat lukt, geeft dat vertrouwen. Dan kun je samen aan dingen werken. Dat versterkt echt het gevoel van samen, wat zich weer uit in de kleine dingen. Bijvoorbeeld wanneer je jarig bent en een bewoner feliciteert je en heeft een kaart voor jou gemaakt. Of je komt terug van vakantie en ze zijn blij dat je er weer bent. Of je hebt je diensten helemaal volgepland zitten omdat iedereen graag wil dat jij iets met ze gaat doen. Dat zijn de dingetjes. Het zijn nooit hele grote zaken, maar het zijn de kleine dingen waarin je voelt ‘wij hebben nu echt even contact.’ Jij en ik samen, we hebben écht contact. En dat is heel mooi om te voelen.”