Lee Joosen is persoonlijk ondersteuner bij het orthopedagogisch dagcentrum De Heuvel in Breda. In de observatiegroep Boris Beer begeleidt zij een groep kinderen. Dat doet zij samen met hun ouders en met collega’s van verschillende disciplines. “We overleggen constant met elkaar,” vertelt ze. “Niet alleen met mijn collega’s, maar met alle betrokkenen: gedragswetenschappers, logopedisten, fysiotherapeuten, noem maar op. Dan overleggen we wat wel en wat niet werkt. Dat is continu proberen, volhouden en nieuwsgierig zijn.”
“Binnen Prisma gaan we alles samen aan. We doen het samen voor de kinderen en zetten de kinderen echt op één. We kijken constant naar wat een kind individueel nodig heeft. Het ene kindje lukt het bijvoorbeeld wel om al woordjes te zeggen. Daarbij gaan we ons dan meer richten op de ontwikkeling van het verbaal communiceren. Bij een kind dat nog geen woordjes kan zeggen, gaan we eerst op zoek naar andere manieren om contact te maken. Ieder kind is anders. Sommigen vinden het moeilijk om zichzelf te uiten en doen zichzelf pijn. Dat moeten we natuurlijk voorkomen. Daarom gaan we altijd op zoek naar een manier om contact te maken.”
“Bij Prisma voel ik de ruimte om mijn eigen invulling aan mijn werk te geven. Er is heel veel kennis binnen Prisma. Ik voel me vrij daar gebruik van te maken en daarin mijn eigen dingen te proberen. Je moet flexibel zijn en met een kind mee kunnen bewegen. Je moet voelen, heel veel voelen. Je moet de stemming van een kind aan kunnen voelen. En jezelf afvragen: kan ik wel iets verder gaan of juist niet? De ene keer lukt het wel, de andere keer lukt het niet. Ook al werkt iets soms niet, of werkt het averechts, dat is ook oké. Dat vangen we samen op. Mijn teamleider begeleidt mij daarin. Daar leer ik van. Ik groei daardoor als begeleider en als mens.”
“Ik voel me gezien en ik voel me gehoord bij Prisma. Ik durf mijn mening te laten horen. Dat vind ik belangrijk. Het moment dat ik me niet prettig zou voelen, denk ik dat ik me sowieso al sneller af zou sluiten. En dat heb ik niet. Ik voel me hier fijn. Daardoor voel ik mezelf vrij en durf ik ook te experimenteren. Men kijkt hier echt naar wat ík nodig heb en waar ík mij prettig bij voel. Als ik ergens tegenaan loop, dan praten we daarover. Door altijd in contact te blijven, bereiken we het beste voor de kinderen en voor elkaar.”